De eerste spoorwegcontacten met Nederland (1850-1860)

Na de onafhankelijkheid van België in 1830 duurde het tot 1850 vooraleer er plannen werden gemaakt voor de aanleg van een spoorverbinding tussen België en Nederland. De beide regeringen hadden de keuze tussen drie tracés:

  • Antwerpen-Turnhout-Tilburg- 's Hertogenbosch - Duitse grens;
  • Antwerpen-Breda-Moerdijk- Rotterdam (De huidige hogesnelheidslijn HSL4);
  • Antwerpen-Essen- Roosendaal-Willemstad-Rotterdam.

In 1852 had Louis Gihoul, een groot-industrieel uit Essen, een aanvraag ingediend voor de aanleg van een spoorlijn tussen Antwerpen, de Moerdijk en Rotterdam via Essen en Roosendaal. Ondanks dat beide regeringen de voorkeur hadden voor het tracé via Breda, werd de verbinding via Essen en Roosendaal goedgekeurd.

Op 18 november 1852 werd door Gihoul de naamloze vennootschap "Société Anonyme des chemins de fer d' Anvers à  Rotterdam" opgericht met een startkapitaal van 500 000 frank. De spoorlijn bestond uit een enkel spoor dat in Antwerpen aan de "Ooststatie" vertrok en via de gemeenten Kapellen, Kalmthout en Essen naar Roosendaal liep (Lijn 12). In deze gemeenten werd één station gebouwd. Hier werd ook de mogelijkheid voorzien om twee treinen te laten kruisen.

Vanuit Roosendaal liep de spoorlijn via Oudenbosch en Zevenbergen richting Moerdijk. Hier werd Het Hollands Diep per stoomboot overgestoken. Na deze oversteek ging het verder per spoor naar Rotterdam. Omdat men in die tijd door de sterk veranderlijke stroming geen brug durfde te bouwen over het Hollands Diep.

De eerste stoomtrein reed in april 1854 testritten op het baanvak Antwerpen - Roosendaal. Deze ritten werden gereden met een tweedehandse tenderlocomotief die in 1853 gekocht werd van de "London, Brighton & Southcoast Railway". Voor de reguliere dienst werden zes locomotieven besteld met een asindeling 1A1 en drie 1B locomotieven.

De Officiële inhuldiging vond plaats op 26 juni 1854. De Inhuldigingstrein vertrok rond 8.30 vanuit Brussel-Noord naar Antwerpen om zo vanuit de metropool via spoorlijn 12 naar Roosendaal te rijden.

Twee stoomlocomotieven trokken al puffend zeventien rijtuigen richting Roosendaal. De trein hield halt in de vijf stations langs lijn 12, met name Ekeren, Kapellen, Kalmthout, Essen en vervolgens Roosendaal als eindstation. Vanaf toen legde de "Société Anonyme des chemins de fer d'Anvers à  Rotterdam (AR) " drie treinen per richting in.

Het baanvak Roosendaal-Oudenbosch werd op 20 oktober 1854 in gebruik genomen. Het traject Oudenbosch-Zevenbergen volgde op 24 december 1854.
Op 1 mei 1855 kon men per stoomtrein van Antwerpen tot in Moerdijk rijden. Een reis van Antwerpen naar Rotterdam duurde zo'n vier uur.

De Grand Central Belge (1860-1880)

Het was de bedoeling van de AR om een belangrijke rol te spelen in het Belgische spoorwegverkeer. Samen met de S.A. des Chemins de Fer de l'Est Belge (28/9/1863) en S.A. des Chemins de Fer de l'Entre Sambre et Meuse (1/7/1864) werd de Grand Central Belge (GCB) opgericht. Iedere deelnemer van de GCB behield zijn onafhankelijkheid, maar voor de exploitatie van de verschillende spoorlijnen werkten ze samen.

De Nederlandse Staatsspoorwegen begonnen in 1867 met de bouw van een enkelsporige vakwerkbrug over Het Hollands Diep. Deze brug kreeg de naam Moerdijkbrug en werd op 1 januari 1872 officieel geopend.

Belgische Staatsspoorwegen (1880-1926)

In 1880 kocht de Nederlandse regering de spoorlijnen van AR op Nederlands grondgebied. Vanaf 1 juli nam de Nederlandse Staatsspoorwegen de exploitatie over. Het Belgische gedeelte werd door de Belgische Staatsspoorwegen overgenomen. Deze laatste zorgde voor de bouw van een grensstation met locomotievendepot te Essen, en een verdubbeling van de spoorlijn in 1881.

De staatsspoorwegen bouwde ook nieuwe stationsgebouwen in Ekeren (1882) en Kalmthout (1897). Enkel het stationsgebouw van Kapellen dateert van 1854.

Naast de nieuwe stationsgebouwen werden ook nieuwe stations geopend. In 1881 werd de stopplaats Wildert geopend. Acht jaar later kreeg deze stopplaats een stationsgebouw.

Door de zandafgravingen in de Kalmthoutse Heide werd in 1897 een treinhalte geopend. Er deden enkele treinwagons dienst als station. Deze treinhalte werd in het begin van de twintigste eeuw overspoeld door dagjestoeristen. Om al deze reizigers op te vangen werd in 1911 het huidige stationsgebouw gebouwd.

In hetzelfde jaar werd twee kilometer ten zuiden van het station Heide de spoorweghalte Kapellenbos geopend. Naast de baanwachterswoning stonden enkele kleinere gebouwen die als wachtplaats dienst deden.

 

Sporen in Antwerpen

Door de stijgende wachttijden aan de overwegen in Antwerpen besloot men in 1871 om een ringspoor aan te leggen rond de stad. De ringspoorweg werd in gebruik genomen op 1 januari 1873. Aan het ringspoor ontstonden de stations Borgerhout (Antwerpen-Oost), Zurenborg (Antwerpen-schijnpoort) en Stuivenberg (Antwerpen-Dam). De oude spoorlijn via de Rotterdamstraat en de Hollandstraat werd opgeheven.

Om toch een spoorverbinding te behouden met de Antwerpse dokken werd ten zuiden van het station Stuivenberg een nieuwe aansluiting gemaakt met het goederenstation "Anvers-Gare-Principale". Aan deze aansluiting verscheen het nieuw goederenstation Antwerpen-Dokken en Stapelplaatsen. Met een oppervlakte van 24 ha werden de bundels in het noorden van de haven bediend.

Het station Stuivenberg kreeg in 1905 de naam Antwerpen-Dam. Dit om verwarring met het goederenstation ten zuiden van het station te voorkomen. Het stationsgebouw Antwerpen-Dam werd in 1895-1898 gebouwd.

Omdat de Ooststatie (Antwerpen-Centraal) niet meer aan de eisen voldeed besloot men in maart 1891 om een nieuw station te bouwen. Door aanhoudende klachten over wachttijden aan de overwegen werd besloten om de sporen op een vijf meter hoge berm te leggen zodat alle overwegen in de stad verdwijnen. Het benodigde zand voor de beide projecten kwam uit de Kalmthoutse Heide.

In 1899 werden de werken aan het verhoogde ringspoor voltooid. In dit zelfde jaar werd de stationsoverkapping van Antwerpen-Centraal voltooid. Zes jaar later werd in 1905 het ontvangstgebouw plechtig geopend. Het station kreeg de naam "Antwerpse Middenstatie" of "Antwerpen Centraal"

Door de toenemende drukte aan de overweg van de Lange Lobroekstraat liet de spoorwegen het ringspoor verder verhogen zodat een onderdoorgang de overweg verving. Om deze verhoging te realiseren moest het station Antwerpen-Dam afgebroken of verplaatst worden. Men koos voor de tweede optie. Het 3000 ton zware station werd in 1907, 36 meter in zuidwestelijke richting verplaatst met pure mankracht. Dit was een wereldprimeur in België.

 

NMBS (1926-1939)

In 1926 werd de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) opgericht. Kort daarna brak in 1929 de economische crisis los. Om bezuinigingsredenen werden de hagen die voorheen de spoorweg afsloten gerooid. In de nabijheid van stations en stopplaatsen werden betonnen afsluitingen of afrasteringen uit ijzerdraad gebruikt.

Veel bewaakte overwegen met secundaire banen vervangen door onbewaakte overwegen. De overweg aan de Frans Raatsstraat werd reeds voor de oorlog uitgerust met een automatische lichtsignalisatie en belinrichting. Het was de eerste elektrisch bediende overweg in België.

Op 6 mei 1927 reed voor het eerst de internationale trein " Etoile Du nord" tussen Parijs en Amsterdam. Deze pullmantrein bestond uit eerste en tweede klasrijtuigen van de Compagnie Internationales des Wagons-Lits.

In 1928 werden 2 stalen vakwerkbruggen gebouwd met daartussen een stenen boogbrug. De meest zuidelijke brug overspande de vroegere Kempische vaart,waar nu de IJzerlaan ligt. Kort daarachter ligt de stenen boogbrug over de Merksemsestraat tenslotte de metalen vakwerkbrug over het Albertkanaal.

Door de bevolkingsgroei langs de spoorlijn opende de NMBS in 1932 de stopplaats Luchtbal en in 1933 de haltes Kijkuit en Sint Mariaburg.

Het stationsgebouw van Kapellen werd in 1935 verbouwd . Het station werd toen verbouwd in de vorm zoals we het nu kennen, zonder verdiep.

 

lijn 12 in de branding (1939-1945)

Spoorlijn 12 kwam praktisch onbeschadigd door de eerste wereldoorlog. Dit was echter niet het geval bij wereldoorlog 2.

Reeds in 1938 werd de spoorlijn op verschillende plaatsen door de legergenie van springladingen voorzien, waar het spoorverkeer met verlaagde snelheid overheen reed. Bijvoorbeeld de spoorbruggen over het Albertkanaal, het spoor bij overweg 48 (Kalmthoutsesteenweg), ...

Tijdens de inval op 10 mei 1940 werd het burgertreinverkeer stil gelegd. Op 11 mei 1940 werd het station Wildert gebombardeerd, het spoor met troepentrein wordt niet geraakt, maar wel enkele woningen.
Het emplacement Essen werd op 12 mei 1940 gebombardeerd. Enkele uren later was het de beurt aan overweg 48 ( Kalmthoutsesteenweg). De sporen werden beschadigd en de aanwezige springladingen explodeerden. Een klein uur later volgde een bomaanval op overweg 43 (Kalmthoutsesteenweg, 'boterbergen'). De baanwachterswoning werd vernield.

Op 14 mei 1940 werd de spoorweg ter hoogte van overweg 48 door Belgische troepen opgeblazen. Hiermee was het treinverkeer onmogelijk geworden. Verschillende pogingen werden gedaan om het spoorverkeer te herstellen, doch zonder succes. De telefoon- en telegraafverbindingen tussen Essen en Antwerpen werden verbroken.

Geleidelijk aan herstelde de Duitse bezetter de spoorlijn. Het burgerlijk treinverkeer werd midden augustus 1940 hervat. Het spoorverkeer verbeterde van 1940 tot 1943. De Duitse bezetter bouwde een smalspoorlijn van het station Heide naar de duinen, waar een raketbasis werd gebouwd. De Kalmthoutse Heide werd immers door het Duitse leger als oefenterrein gebruikt.

In 1944 verslechterde de toestand. Op 19 juni 1944 werden de sporen te Kapellenbos door het verzet gesaboteerd. Hierdoor ontspoorde een goederentrein te Kapellenbos. Begin september '44 werd een goederentrein onder vuur genomen te Heide.
Op 9 september 1944 werd een Duitse Munitietrein met 32 wagens ter hoogte van overweg 45 door de geallieerden in brand geschoten. Slechts vier wagens bleven gespaard.
Tot op de dag van vandaag worden bij werken in deze omgeving nog steeds bommen boven gehaald. Het is vanzelfsprekend dat hier bij werken extra veiligheidsmaatregelen genomen worden. Dit gedeelte wordt door het spoorpersoneel nog steeds het "bommenspoor" genoemd.

De brug over de Moerdijk werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen. De nieuwe brug werd maar eerst in 1955 voltooid!

Na de bevrijding werd de spoorlijn hersteld, en Essen kreeg een nieuw seinhuis.

 

De elektrificatie (1957)

De lijn werd geëlektrificeerd in 1957, waardoor de stoomtrein uit het zicht verdween en vervangen werd door elektrische treinstellen. Met de stoomtrein verdwenen ook de mechanisch getrokken seinen, de sein- en spoorweghuisjes, de schuifbarelen met hun bareelwachters. Vanaf toen kwamen de elektrische seinen en overwegen in dienst. Met de elektrificatiewerken werden alle bestaande perrons verhoogd.
We mogen niet vergeten te vermelden dat overweg 42 aan de Frans Raatsstraat te Kalmthout de eerste overweg met automatisch slagbomen in België was .

In 1960 werden de viaducten van Wildert (Kalmthoutsesteenweg) en Essen (Moerkantsebaan) opengesteld voor het verkeer. De respectievelijke bewaakte overwegen 48 en 57 werden uit dienst genomen. In 1964 werd ook de overweg ter hoogte van het Noordeind (Kalmthout) vervangen door een viaductë

De Viaducten van Sint Mariaburg (Schriek) en Ekeren (Veltwijcklaan) werden in 1974 in gebruik genomen.

 

De teloorgang van lijn 12

Meer en meer transport gebeurde per vrachtwagen. Stelselmatig verdwenen de goederenkoeren in Heide, Kalmthout, Wildert, Kapellen en Ekeren. Midden jaren tachtig verdwenen ook de in onbruik geraakte baanwachterswoningen.

In 1993 werd de stopplaats Kapellenbos gesloten. In hetzelfde jaar werd het emplacement te Essen sterk ingekrimpt. Het stationsgebouw te Wildert werd in 1996 gesloopt.

In het voorjaar van 2001 werden de seinhuizen van Kapellen, Blok 10 en 11, overgenomen door het seinhuis te Berchem (Blok 12). In 2008 werd Blok 17 te Essen buiten dienst gesteld. Het gebouw werd in 2010 gesloopt. Enkel het seinhuis Blok 8, Bundel Luchtbal, blijft nog over. Momenteel wordt ook hier een overname door blok 12 voorbereid.

Op 30 september 2001 werd het emplacement Antwerpen-Dam gesloten. een eeuw lang was dit het kloppende hart van het spoorwegvervoer in de haven van Antwerpen. Daarnaast was het de thuisbasis van een hondertal locomotieven.
De gigantische spoorbundels richting Entrepot en verschillende kleinere gebouwen maakte plaats voor het "park Spoor Noord". Het opleidingsgebouw, onderhoudsloods, de herstelloods en 2 watertorens werden gerenoveerd.

 

Spoorwerf Antwerpen - Roosendaal

Er werd na de teloorgang in de 'jaren 80, en begin jaren '90 ook geďnvesteerd langs de spoorlijn. In het kader van het STAR-21-plan van de NMBS werd in 1993 het stationsgebouw van Heide als één van de eerste stations uitgekozen om gerenoveerd te worden. De stations van Essen en Kalmthout werden in 2003 gemoderniseerd.

Vanaf 2003 wordt lijn 12 gemoderniseerd. Om de snelheid van 130 naar 160 km per uur te brengen wordt de afstand tussen de sporen van 2 naar 2,25m gebracht. Om de bredere spoorbedding te realiseren moeten de perrons een stuk achteruit geschoven worden. Het grind op de perrons word vervangen door klinkers.

In de loop van de daarop volgende jaren worden op de plaatsen van de "oude goederenkoeren" grote parkings aangelegd. In deze periode kregen de sporen ook een grote onderhoudsbeurt. De houten dwarsliggers werden vervangen door betonnen exemplaren. Terzelfder tijd wordt de bedding gezeefd, en waar nodig met nieuwe ballast voorzien.
Het baanvak Ekeren - Kapellen werd onder handen genomen in 2002 en 2003. Het baanvak Kapellen Essen volgde in 2009.

Op 26 augustus 2006 werd overweg 25 buiten dienst gesteld. Het verkeer op de Antwerpsesteenweg kan vanaf dan gebruik maken van een tunnel onder de sporen.

In 2000 werd met de aanleg van de hogesnelheidslijn en de Noord-Zuid-verbinding begonnen. Deze infrastructuurwerken werden in 2007 voltooid. De oude spoorweghalte Luchtbal werd afgebroken en vervangen door een nieuw station t.h.v. de Groenendaallaan.

Het station Antwerpen-Centraal werd tijdens deze periode getransformeerd van een 'bouwval' tot één van de mooiste stations ter wereld. De spoorwegkathedraal had na de renovatie twintig sporen verdeeld over drie niveaus. Hiermee werd de capaciteit verdubbeld.

Op 13 februari 2012 werd in Antwerpen gestart met de vervanging van drie paar spoorbruggen op lijn 12 en 27A. Deze werken maken deel uit van de aanpassing van het Albertkanaal, de doorvaartbreedte wordt op 63m gebracht en de vrije doorvaarthoogte wordt verhoogd naar 9,10m.

De bruggen over het Albertkanaal komen op hetzelfde niveau te liggen als deze van Lijn 25. Dit betekent een verhoging van 3,10 meter ten opzichte van de huidige situatie. Om deze nieuwe hoogte te overwinnen moeten de bruggen aangepast worden. Daarom zal de brug van de Merksemsestraat aangepast worden. De bruggen over de IJzerlaan worden vervangen.

Eerst worden de bruggen van L27A vernieuwd, nadien komen de bruggen van lijn 12 aan bod. Het treinverkeer wordt tijdelijk via de bruggen van spoorlijn 12 omgeleid. In 2015 zouden de werken voltooid worden.