Inhuldiging herdenkingsmonument "La tragédie de Calmpthout"

Op zaterdag 14 september 2013 huldigde de gemeente Kalmthout een herdenkingsmonument in voor vijf Waalse ontmijners die in 1946 omkwamen bij het opruimen van vijandige munitie.
Het monument kwam er op vraag van Henry Heiderich, enige overlevende van de ramp, en de Koninklijke Verbroedering van Belgische Ontmijners. Op het monument staat momenteel het jaartal 1945 vermeld. Dit moest echter 1946 zijn en zal later worden aangepast.

Na een inleiding door burgemeester Lucas Jacobs werd de tragische gebeurtenis toegelicht door Ivan Janssens, kenner van de lokale oorlogsgeschiedenis.

De tweede wereldoorlog liep naar zijn einde. Antwerpen was reeds bevrijd en de noordelijke gemeenten zullen vlug volgen. Om te voorkomen dat een munitievoorraad in het landgoed van Koch te Gooreind in handen van de geallieerden kwam legde de Duitse bezetter een munitietrein in. Op 9 september 1944 vertrok een stoomtrein met 32 wagons vol munitie richting Nederland.
Ter hoogte van Heide werd de trein een eerste maal door de geallieerden onder vuur genomen. De trein vertraagde om te Kijkuit de bocht te kunnen nemen. Een beetje verder sprongen de machinist en stoker van de locomotief.
Wanneer de trein door de velden reed werd de trein opnieuw onder vuur genomen. Dit was ter hoogte van overweg 45, waar nu de viaduct ligt. De munitietrein schoot in brand en ontplofte. Slechts vier wagons bleven gespaard. De volgende dag werden ook deze in brand geschoten.

Na de bevrijding liet de gemeente Kalmthout een ploeg ontmijners komen. De ontmijners moesten, langs ongeveer een kilometer spoorlijn, alles opruimen. De bedoeling was om alle niet ontplofte munitie te verzamelen, en per vrachtwagen af te voeren.

Op woensdagmorgen 9 januari 1946 waren zes Waalse ontmijners aan het werk. Het noodlot slaat toe, wanneer uit de handen van één van de jonge ontmijners een obus glipte en ontplofte. Hierop ontstond een enorme explosie. Drie soldaten, Léon Decrem, Emile Detournay en André Paimparet, waren op slag dood. Twee andere soldaten, Emile Joyeux en Albert Minne, overleden kort daarna aan hun verwondingen. Slechts één soldaat, Henry Heiderich overleefde het ongeval. Op de dag van het ongeluk kreeg hij de opdracht om een boodschap naar Brussel te brengen. Wanneer hij terug in Kalmthout aankwam om zijn collega's te helpen, zag hij ze dood liggen.

Er is niemand die het ongeval echt heeft zien gebeuren. De enige die getuige was, heeft het alleen maar gehoord.

Tot op de dag van vandaag worden bij werken in deze omgeving nog steeds bommen boven gehaald. De aarde duwt de oude bommen terug naar boven. Zo werden tijdens beddingwerken in de nacht van 4 op 5 oktober, nog drie obussen, bovengehaald. Het is vanzelfsprekend dat hier bij werken extra veiligheidsmaatregelen genomen worden. Dit gedeelte wordt door het spoorpersoneel nog steeds het "bommenspoor" genoemd. In 2014 zou de spoorbedding laag per laag afgegraven worden, door een gespecialiseerde firma.